Stok-out

Lieve Mosje,

Deze week had ik madame Migraine op bezoek. Zij verschaft zichzelf altijd onwelkom toegang tot mijn hoofd, en sleurt ook haar hulpjes mee naar binnen, die huizen dan in een paar andere organen. Darmen, dat zijn prima zalen om hele rommelige feestjes in te vieren. Maag, dat paleisje is zo mogelijk nog geschikter.

Madame Migraine dringt er telkens weer op aan dat ik haar Tante noem. Tantetje. Ze is er tóch, zeurt ze aan mijn kop, waarom zouden we dan niet een beetje naar mekaar toe trekken, niet waar. Maar geen haar op mijn hoofd. Ik houd haar liever op afstand, wat niet kan, dus om die dan nog meer te overbruggen en haar tot mijn familie te rekenen waarna zij aanspraak kan maken op nog veel meer ongewenste gezelligheid, ik dacht het niet.

Migraine is een monster. Een monster dat tijdens de periode van mijn vruchtbaarheid elke maand een week lang huishield in mijn lichaam. Rondom de menstruatie was het altijd dezelfde hel. Het kon de week zijn die voorafging aan, dan wel samenviel met het bloed, ofwel erna, maar ontsnappen kon ik nooit. Duizend dingen heb ik geprobeerd, om het monster te verslaan, maar altijd was het beest sterker dan mijn beste wapens, en uiteindelijk wist ik dat het simpelweg in mij moest los gaan, zijn woede moest koelen, voordat het tot rust kon komen. Het werd iedere maand wakker, en ging na het wilde feest ook altijd weer slapen.

Na mijn eerste chemokuur verschrompelden mijn eierstokken. In plaats van in de overgang kwam ik onmiddellijk in de menopauze, wat eigenlijk een zegen was, want Madame Migraine bleef weg. Geen cyclus meer betekende ook geen cyclus-gerelateerde ellende meer. Zo zat er, afgezien van de voor de hand liggende voordelen, nog een groot voordeel aan chemotherapie: ik was van mijn migraine af.

Maar na een jaar was ze terug. Madame. Blijkbaar zijn de eierstokken in de loop der tijd vanuit hun verschrompeling weer een beetje uitgevouwen, zoals een prop papier zichzelf probeert te ontfrommelen tot het rimpelloze blaadje dat het ooit was. Mijn lichaam heeft zich wellicht zover hersteld van het vergif van drie jaar geleden, dat er wordt teruggekrabbeld, naar een eerdere situatie. Niet helemaal terug, ongesteld zal ik nooit meer worden, maar gezellig, terug naar de fase daar nét na, de overgang namelijk. Die hele fijne tijd waarin de stokjes alsnog aan hun eindjes komen, maar dan onder invloed van mijn echte veroudering, niet het artificiele verval als gevolg van vergif. Stok-out.

En zo kom ik dan uit bij jouw vorige brief, om precies te te zijn bij de illustratie. Mijn koppeltje van weleer, toen de twee dames nog een echt setje waren. Nu niet meer. In plaats van mijn linkerborst zit er nu een stieftiet, gekleid uit mijn rug. Met liefde zou ik terug gaan naar de tijd dat ik nog niks wist. Dat ik gewoon nog ongesteld werd. Dat mijn twee borsten nog samen waren. Dat kanker nog niet had aangeklopt. Nog verder terug misschien zelfs. Dat mijn kinderen dronken uit mijn borsten. Dat ik zwanger werd. De tweede keer, de eerste keer. Dat ik tegen de vader van mijn kinderen aanliep, zelfs daar wil ik naar terug. Maar dat kan niet. Wat geweest is wordt alleen maar geweester. Verleden tijd is van mij afgesneden, net als mijn borst. Ik heb alleen maar toekomst over.

Morgen sodemietert madame Migraine op, ik ga het haar zo meteen luid en duidelijk vertellen. Want ik heb een hele leuke ochtendafspraak, en zij mag verdomme niet mee.

Je Anne

volgende
vorige

Over Anne Tjula

Anne Tjula is in een briefwisseling met MOSje.iS. Die wisseling is spannend, onderhoudend, met een knipoog, serieus, en soms ironisch. En geschreven om De Brief in ere te houden.

2 Replies to “Stok-out”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*