Hondsdol

Lieve Mosje,

Lola ligt naast me te slapen. Ze stinkt ongenadig uit haar bek. Toch houd ik van haar. Heel veel.

Gisteren ontmoette ik iemand wiens dochter ook zo heet. Als de man over haar vertelde kon ik er niks aan doen. Ik zag een aangekleed meisjeslichaam voor me. Met Lola’s hondenkop erbovenop.

Lola was mijn troefkaart. In september is het een jaar geleden dat wij naar dit heerlijke huisje vertrokken. Daarvoor hadden we alweer te lang op drie hoog gewoond, voorafgegaan door een verblijf  in het land van oma, en toen we terugkeerden naar Nederland zette ik eerst een andere troefkaart in, om mijn kinderen een zachtere landing te geven. Cavia’s. Met mijn toen nog kleintjes, zoon was immers pas negen, en dochter dertien, togen wij naar een dierenwinkel en kozen daar een bruin borsteltje uit. Met een karakter dat even stug was als zijn voorkomen. Daar zochten we een maatje bij, ook weer een mannetje, dat zwarte gladde haren had, maar dat was zo mogelijk nog ontoeschietelijker.

Met wederom een setje cavia’s kon ik dus niet aankomen. In de jaren daarna hadden we telkens een meneertje verloren aan ziekte en de dood, wat ons keer op keer verplichtte om een maatje voor het overblijvertje te zoeken, waardoor we waarschijnlijk voor altijd cavia’s zullen hebben. Dus moest er een nieuwe truc uit de doos worden getrokken. Een hond.

Want ik begon steeds sterker te verlangen naar begane grond, groen en muziekloosheid. Dochter zette echter hakken in het zand. Wilde best wel weg van waar we woonden, maar niks was goed genoeg. Listig voedde ik ondertussen haar verlangen naar een hond door met haar mee te jubelen telkens als ze me hondenfoto’s en -filmpjes onder de neus duwde. Zodra ze dan spijkers met koppen wilde slaan, kwam ik met de genadeslag. Eerst verhuizen, dan een hond.

En zo kwam het. In juli tekende ik het huurcontract, in september verhuisden we, in oktober kwam de hond. En met de hond kwam er Verplichting. Zorg. Werk.

En een boel liefde.

Want ook al smult ze van kattenpoep, ook al haart ze ons de tent uit zodat ik elke dag vergeefs moet stofzuigen; maar als ik niks doe ligt er binnen een paar dagen een gratis tapijt, ook al stinkt ze uit haar bek, gromt ze naar de buurman, moeten we haar drie keer per dag uitlaten, bedelt ze alsof ze nooit wat krijgt, ondanks dit alles zijn we stapelgek op ons meisje. Net als wanneer je een kind hebt gekregen kan ik me niet meer precies voor de geest halen hoe dat ook al weer was, toen ze er nog niet was.

Ik ben een hondenmens geworden.

Je Anne

volgende
vorige

Over Anne Tjula

Anne Tjula is in een briefwisseling met MOSje.iS. Die wisseling is spannend, onderhoudend, met een knipoog, serieus, en soms ironisch. En geschreven om De Brief in ere te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*